Dereguleer de banken

Door Nick Ottens op 06 jani 2010.

george-washington

Falend toezicht, niet een nalatend monetair beleid was verantwoordelijk voor het opblazen van de bubbel die de Amerikaanse huizenmarkt op de rand van de afgrond bracht zo stelde de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank Ben Bernanke afgelopen zondag.

Bernanke verwierp het verwijt dat zijn bank aan de maak van de recessie bijdroeg door tussen 2002 en 2006 een onredelijk lage rentestand te hanteren.

Stronger regulation and supervision aimed at problems with underwriting practices and lenders’ risk management would have been a more effective and surgical approach to constraining the housing bubble than a general increase in interest rates.

“Wanneer historische verhoudingen in overweging worden genomen,” sprak de bankier, “is het moeilijk om de huizenprijzenbubbel aan monetair beleid dan wel het bredere macro-economische klimaat toe te schrijven.” Naar welke historische verhoudingen hij verwees liet de man die zijn academische loopbaan besteedde aan het bestuderen van de Grote Depressie in het midden.

Niet al te lang geleden nam Bernanke nog de schuld van de Depressie van de jaren dertig op zich toen hij toegaf dat de Fed een grote rol had gespeeld in het veroorzaken en het verlengen van die economische catastrofe. Thans weigert hij in te zien dat overheidsinmenging en te veel in plaats van te weinig regulatie de crisis van vandaag de dag op hun geweten hebben.

Herhaaldelijk worden “hebzucht” en een “onmenselijk kapitalisme” de crisis verweten die in de meest gereguleerde sector van de Amerikaanse economie ontstond: de huizenmarkt. De afgelopen jaren zagen de poging van President George W. Bush om zijn veelgeprezen “ownership society” waar te maken en niet slechts de Verenigde Staten maar de gehele geïndustrialiseerde wereld ervaren tot op heden de gevolgen van dit experiment. Middels een standvastige, historisch lage rentestand alsmede de enorme toename in grootte en invloed van de door de overheid “gesponsorde” kredietverstrekkers Fannie Mae and Freddie Mac trachtte Washington het huizenbezit onder de Amerikaanse bevolking te bevorderen. Hypotheken werden verleend aan mensen die ooit slechts over een eigen huis konden dromen—en natuurlijk nooit hun leningen konden terugbetalen.

Dat wil niet zeggen dat de private sector geen blaam treft. Maar daarbij moet in overweging worden genomen dat Fannie Mae and Freddie Mac, hoewel private ondernemingen in naam, een publieke taak dienden en direct onder toezicht stonden van het Amerikaanse Congres. Verder verstoorde de zogenaamde Community Reinvestment Act van 1977 de hypotheekmarkt door banken “aan te moedigen” aan niet kredietwaardige klanten te lenen en hun “discriminerende” beleid jegens arme wijken op te geven. Uiteindelijk werden de banken die deels onder druk aan deze waanzin meededen door de overheid gered toen zij in de problemen kwamen middels kapitaalinjecties van miljarden dollars. En dit moet bewijzen dat de vrije markt niet werkte?

Bernanke spreekt over falend toezicht. In feite heeft hij gelijk. Het was de toezichthouder, dezelfde Federal Reserve die hij voorzit, die deels de huidige recessie voortbracht. Maar in plaats van de ware oorzaken van de crisis te identificeren en hiervan te leren stellen Bernanke en de Amerikaanse politiek meer regulatie voor, om de mensen te beschermen tegen de “irrationaliteit” van Wall Street.

Had het anders geregeld kunnen worden? Zeker. Indien Bernanke de “historische verhoudingen” tussen zijn bank en de markt grondig had overwogen was hij zonder meer op de Paniek van 1907 gestuit: een hevige beurskrach die vele banken en bedrijven bankroet liet maar woedde in een tijd dat Amerika had zonder centrale bank moest stellen. Binnen korte tijd stapte echter enkele machtige New Yorkse bankiers, waaronder de legendarische J.P. Morgan en de oude John D. Rockefeller, op om het vertrouwen in het bancaire stelsel te herstellen. Zij pompten miljoenen het systeem in en wisten de crisis te bezweren alvorens deze tot wasdom kon komen.

De financiële wereld van tegenwoordig is geglobaliseerd en vele malen samenhangender dan het Wall Street van de vroege twintigste eeuw. Desalniettemin liet de Paniek van 1907 zien dat zonder een centrale bank de markt prima voor zichzelf kan zorgen. Toegeven, banken zouden vorig jaar failliet zijn gegaan wanneer de overheid niets had gedaan maar dat is de norm in een vrije markt: ondernemingen die zichzelf realistische doelen stellen en deze met rationale middelen trachten te bewerkstelligen gedijen terwijl zij die dat niet doen ten onder gaan. In reactie op de recente crisis gebeurde precies het tegenovergestelde. Banken die gedeeltelijk schuldig waren aan het voortbrengen van de inzinking kregen miljarden aan steun terwijl banken die niets te verwijten was op eigen kracht de storm moesten weten door te komen. En dit moet bewijzen dat het “onmenselijke kapitalisme” tekortschoot?

Helaas werd de Paniek van 1907 zelfs destijds niet gezien als bewijs dat de vrije markt werkte. In plaats daarvan werd de Fed in het leven geroepen en kwam gestaag een einde aan de ongekende economische bloei die de Verenigde Staten gedurende de ongeregelde periode 1870-1913 genoten hadden. Er gingen in die tijd dan wel veel banken ten onder maar die faillissementen moeten beschouwd worden naast het aantal bankroeten in het algemeen—er gingen in feite minder banken failliet dan ondernemingen in het algemeen. Dit was geen teken van een zwakke financiële sector. Het representeerde een dynamische en groeiende markt in welke spaarders en investeerders voorzichtig met hun geld omgingen juist omdat banken niet boven de wet van vraag en aanbod stonden.

In een werkelijk vrije markt is faillissement een risico en zijn consumenten zich ervan bewust—met als gevolgd dat zij vrijwillig minder risico zullen aanvaarden. Wat de Amerikaanse economie nodig heeft is niet meer toezicht noch meer regulering. Wat Amerika nodig heeft is meer persoonlijke verantwoordelijkheid.

Dit artikel verscheen op 7 januari op De Dagelijkse Standaard.

Reageren is niet mogelijk.