
Ze was verbijsterd over de reactie op Marcel Van Dam zijn filmpje. Zelfs de Partij van de Arbeid, ooit kameraad in de strijd voor het wereldsocialisme, liet het afweten. Agnes Kant neemt het daarom voor Van Dam op. Iemand moet de man toch tegmoet komen.
Kant prijst het cinematische talent van Van Dam die er als enige in geslaagd is om de “slachtoffers van onze prestatiemaatschappij uit de anonimiteit te halen.” De Onrendabelen maakt, “zonder hun tekortkomingen te verbloemen,” een onzichtbare kaste binnen de Nederlandse samenleving zichtbaar. “Sluipenderwijs hebben politici ons laten wennen aan het idee dat rijen bij de voedselbank acceptabel zijn,” maar dat is dus niet zo. We leven hier toch zeker niet in Oost-Duitsland? Mensen hebben recht op liefdadigheid en niets minder dan dat!
De socialistische politica betreurt het dat de lieve, “warme verzorgingsstaat” is ingeruild voor een “kille, zakelijke prestatiemaatschappij” waarin bijna iedereen voor zichzelf moet zorgen. En zij staat hierin niet alleen! “Mensen hebben genoeg van de ieder-voor-zich-mentaliteit. Zij willen leven in een samenleving met meer solidariteit en gemeenschapszin.” Nog maar enkele paragrafen daarvoor verweet zij hen die “cijfers en feiten [...] ontkennen” maar hier moeten we maar aannemen dat Kant de waarheid spreekt.
“De afbraak van de sociale zekerheid wordt sinds de jaren tachtig gepresenteerd als noodzakelijke aanpassing van de verzorgingsstaat,” maar dat is dus niet zo. “[V]oor 15 tot 20 procent van de mensen [is] het moordende tempo van deze prestatiemaatschappij niet bij te benen.” Wederom moeten wij Kant op haar woord geloven. Eenvijfde van de bevolking heeft een grote afschuw van de “prestatiemaatschappij” dus moet het anders? Kant heeft sowieso weinig met democratie maar wanneer eenvijfde van de bevolking op Wilders stemt, accepteert zij dan ook zijn wil als wet?
Wat is die “prestatiemaatschappij” eigenlijk? Volgens Kant veronderstelt het “onterecht gelijke mogelijkheden voor iedereen,” maar dat lijkt kort door de bocht. Het woordenboek schrijft over een “maatschappij waarin mensen voornamelijk beoordeeld worden op grond van de door hen geleverde prestaties.” Dat klinkt al een stuk redelijker. Niet wat Kant betreft. Zij klaagt over een “valse economische concurrentiestrijd,” want mensen die meer kunnen, krijgen meer en dat is oneerlijk! We moeten “juist werken aan een samenleving gebaseerd op solidariteit en gelijkwaardigheid,” oftewel: mensen die presteren moeten we straffen. Zij maken de maatschappij “kil” en “zakelijk” en dat is toch naar? “Als jullie nu gewoon zestig procent belasting betalen, kunnen wij warm en gezellig een uitkering trekken en hoeven we ons niets aan te trekken van de rest van de wereld.” Dat is pas solidair.