Republikeinen zonder leiding

Door Nick Ottens op 30 nov 2009.

palin

Eerder schreef ik al over de aftakeling van de Republikeinse Partij en hoe Republikeinen zichzelf belachelijk maken door mensen als Glenn Beck, Rush Limbaugh en Sarah Palin voor hen te laten spreken. Datzelfde besef dringt nu door te dringen aan de overzijde van de oceaan.

De Republikeinse Partij is verdeeld wanneer het op diens toekomst aankomt. Na de evangelische opleving onder George W. Bush slaagt de populistische anti-Obama retoriek van vandaag de dag er maar nauwelijks in om de conservatieve ruggengraat van de partij te doen warmlopen.

Zo klaagde Reagan-biograaf Steven Hayward in de Washington Post over de intellectuele leegte op rechts. Hij mist de Allan Blooms, de Milton Friedmans, de Francis Fukuyamas die niet zo lang geleden met hun lofzangen op de westerse democratie en vrije markt de Republikeinse Partij ideologisch ondersteunen. Daarentegen hebben we vandaag de dag birthers en tea parties die vurig worden aangemoedigd door halvegaren als Beck en Limbaugh.

In dezelfde Post leggen Jon Cohen en Dan Balz gedeeltelijk uit waarom zovelen toch naar deze hysterische opiniemakers luisteren. Afgezien van een sterke afkeer van President Obama is er tegenwoordig weinig dat de Republikeinse Partij bijeen houdt, beweren zij. Niet eens de helft van de Amerikanen die zichzelf als “Republikeins” beschouwt is te spreken over de richting waarin de partij beweegt. Velen hebben in feite geen idee wie de Republikeinen leidt. Slechts twee op de tien is enthousiast over Sarah Palin terwijl maar één procent van de ondervraagden beaamt dat de vorige President Bush de ideologische grondslagen van zijn partij goed vertegenwoordigde.

Ondanks interne verdeeldheid over kwesties als abortus en het homo-huwelijk weet de Post dat een merendeel van de Republikeinen vindt dat hun partij “te weinig aandacht besteedt aan de federale uitgaven. De meesten verzetten zich hevig tegen het gebruik door de overheid van honderden miljarden dollars gedurende de afgelopen twee jaar om de economie te sterken.”

Reeds onder aanvoering van George W. Bush stegen de overheidsuitgaven exponentieel maar weinig Republikeinse afgevaardigden en senatoren lijken stem te durven geven aan de mening van hun achterban. Het is alsof met de recessie zelfs de meest overtuigde kapitalisten in Washington tot zwijgen zijn gebracht, ondanks het feit dat Republikeinse kiezers steeds luider protesteren tegen de toenemende rol die de overheid in hun privé-leven tracht te spelen, alsmede in hun private ondernemingen.

Reageren is niet mogelijk.