
De internationale reactie op de verkiezing van Herman Van Rompuy tot eerste “president” van Europa was vorige week weinig positief te noemen. Britse, Duitse en Franse kranten evenals opiniemakers hier in Nederland bestempelden de Belgische premier onverdeeld als “saai” en “kleurloos” terwijl de Amerikanen van mening waren dat het duo Ashton-Van Rompuy van Europa geen supermacht zal kunnen maken.
Aan de overzijde van de oceaan denkt men blijkbaar graag dat ons continent die ambitie heeft. Met uitzondering van enkele enthousiaste bureaucraten is Brussel is dat echter nauwelijks het geval: met name de grotere landen als Duitsland, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk denken Europa niet nodig te hebben om mee te spelen op wereldformaat en tot op zekere hoogte hebben zij daarin groot gelijk.
De keuze voor Van Rompuy moet binnen deze context beschouwd worden. De grotere landen willen tenminste gedeeltelijk een eigen buitenland beleid blijven voeren terwijl de kleinere lidstaten niet door hen wensen te worden overschaduwd. Anita Kirpalani schrijft daarom voor Newsweek dat zowel Barones Ashton als Van Rompuy, in tegenstelling tot een kandidaat als Tony Blair, de bescheiden statuur en de juiste achtergrond en politieke kleur hebben om binnen Europa tot consensus te komen. “Wat beschroomdheid lijkt zou toch wel eens tot een sterker Europa kunnen leiden,” concludeert zij.