Arend Jan Boekestijn

Door Nick Ottens op 22 nov 2009.

arend-jan-boekestijn

Eerder deze week stapte Arend Jan Boekestijn (1959) op als Tweede Kamerlid voor de VVD na zich publiekelijk te hebben uitgelaten over zijn onderhoud met de koningin. Boekestijn toonde zich eerder al onhandig als politicus: zo verweet hij fractieleider Mark Rutte een “schokkend” gebrek aan ideeën en twitterde hij een ongelukkige opmerking over “spleetogen” de wereld in. Zijn aftreden is terecht maar tegelijkertijd een gemis voor de VVD: Boekestijn liet als woordvoerder defensie en vooral ontwikkelingssamenwerking een fris geluid horen in de Kamer en schuwde het debat geenszins.

Bovendien was Boekestijn een overtuigd liberaal die de klassieke beginselen van de VVD uitmuntend wist te verlaten naar deze tijd. In een bijdrage aan het weblog Sargasso, getiteld “Het liberalisme: een ideologie for all seasons” verdedigde hij ferm het individualisme en de vrije markt terwijl hij korte metten maakte met de “-ismen [die] de mensheid willen redden.” Voor de liberaal komt de mens zelf altijd eerst, stelde Boekestijn. “In elk politiek discours waarin mensen de neiging niet kunnen onderdrukken om de ideale samenleving dichterbij te willen brengen is het liberalisme als tegengif onontbeerlijk.”

Boekestijn identificeerde zes van dergelijke neigingen die allen zowel het liberalisme als het individu bedreigingen. In de eerste plaats: anti-globaliseringsbewegingen; “niets anders dan oude marxistische wijn in nieuwe zakken,” aldus Boekestijn. Dat een groot deel van de wereld achterblijft is niet te wijten aan een overmaat aan globalisering maar aan protectionisme en een gebrek aan economische vrijheid. “De markt is de plek waar individuen in vrijheid, en dus efficiënt, zaken doen. Welvaartschepping en orde zijn het gevolg. Precies het type orde dat past bij een tijd van individualisering en democratisering waarin ongebonden deelnemers niets of niemand meer boven zich dulden bij het najagen van hun dromen.” Desalniettemin komt hiertegen uit oud-marxistische hoek verzet en daarmee, de tweede bedreiging: het “vakbondssocialisme” van de Socialistische Partij. Boekestijn noemt hen onverstandig “omdat een fixatie op de belangen van werknemers onvermijdelijk leidt tot een contraproductieve loon- en prijsspiraal waar iedereen bij verliest.”

“De emotionele weerzin van links tegen de markt zal overwonnen moeten worden anders wordt zij irrelevant,” schrijft Boekestijn verder. Ook de socialist draagt tegenwoordig een iPod bij zich. De meer traditionele Partij van de Arbeid “worstelt” daarmee en tracht, tevergeefs, sociale bescherming en liberale flexibiliteit te combineren. “Het probleem is echter dat het extreem bevorderen van gelijke kansen onvermijdelijk ten koste gaat van de vrijheid. Het individu wordt door de sociaal-democraten uiteindelijk altijd ondergeschikt gemaakt aan de groep” en daarom noemt Boekestijn hen bedreiging nummer drie.

Op de vierde plaats komt het moderne CDA van ideologen Balkenende en Donner die het individu des te meer ongeschikt stellen aan het collectief. “Soevereiniteit in eigen kring verstikt niet alleen het afwijkende maar is ook niet geschikt voor een maatschappij die met lichtsnelheid seculariseert.” Hetzelfde bezwaar heeft Boekestijn tegen het moslimfundamentalisme: “een groene variant op de totalitaire communistische en fascistische verleiding. Net als elke andere religieuze orthodoxie achten moslimfundamentalisten hun leer superieur aan alle alternatieven en menen zij zelfs gerechtigd te zijn de aanhangers van ideologische rivalen op alle mogelijke manieren te bestrijden inclusief, in sommige gevallen, gewelddadige methoden.” Desalniettemin vormt deze stroming wellicht de grootste bedreiging voor de maatschappij waar het liberalisme vorm aan heeft gegeven en bracht het de zesde en laatste anti-liberale ontwikkeling teweeg: “het ontspoorde nationalisme van Wilders.”

Het antwoord dat Boekestijn geeft op deze verschillende bedreigingen is ouderwets, eentonig maar krachtig: een scheiding van kerk en staat; het verwerpen van de gefaalde ideologieën van het verleden; individuele verantwoordelijkheid en individuele vrijheid. “Veel mensen denken dat te veel vrijheid mensen stuurloos maakt,” schrijft hij. “Dat mensen de groep, de staat of de natie nodig hebben om hun leven richting te geven. Die kritiek snijdt voor een deel hout maar in extremis sporen die beweringen met de denkbeelden van de profeten van de gesloten samenleving. Ze onderschatten de kracht van mensen. Ze ontkennen dat alleen vrije mensen verantwoordelijkheid kunnen dragen.” Terwijl dat precies de basis is van het liberalisme.

Boekestijn nam op 18 november jongstleden zijn verantwoordelijkheid en trad af: een waardige daad die de VVD ideologisch iets armer laat.

Foto door Marcel Molle.

Reageren is niet mogelijk.