
Brazilië heeft onder aanvoering van President Da Silva een indrukwekkende opmars gemaakt op het wereldtoneel, zowel in economisch als in politiek opzicht. De Financial Times riep het land zelfs op geheel Latijns-Amerika “weer op de weg naar de toekomst zetten,” want geen andere mogendheid op het continent is ertoe in staat aldus de krant. Dat is erg kort door de bocht: ook Colombia en Mexico hebben, als Spaanstalige landen, grote invloed in de regio maar Brazilië is zonder meer de nieuwe supermacht van Zuid-Amerika en daar is het zich goed van bewust.
Wanneer Zuid-Amerika in aanvaring dreigt te komen met de Verenigde Staten springt Brazilië tussenbeide en toont het zich een verantwoordelijke internationale speler. In Foreign Policy wijdt David J. Rothkopf het succes van Brazilië niet alleen aan President Da Silva maar meer nog aan zijn minister van buitenlandse zaken, Celso Amorim. Hij heeft ’s lands voorsprong in duurzame energie om weten te zetten in internationale invloed en de BRIC, het losse samenwerkingsverband met Rusland, India en China, betekenis gegeven door met één stem te spreken wanneer het om handel en diplomatie gaat. Brazilië is de partner die het meest van de alliantie profiteert: de andere drie landen hebben op zich voldoende economische en militaire kracht om een plaats aan de tafel op te eisen maar Brazilië werd vaak vergeten. Niet meer.
Rothkopf houdt Amorim verder verantwoordelijk voor de plaats die Brazilië in de G20 heeft weten te veroveren terwijl het binnen afzienbare tijd hoogstwaarschijnlijk meer macht binnen het IMF krijgt. Mede dankzij de intensieve handel met China weet Brazilië een hoge mate van consumentenvertrouwen te hanteren wat buitenlandse investeringen aantrekt. Ten slotte zal Brazilië in 2016, na Mexico, het tweede Latijns-Amerikaanse land worden dat de Olympische Spelen mag houden.
De interne stabiliteit en de internationale waardering die Brazilië binnen relatief korte tijd heeft vergaart is een prestatie van Amorim en Da Silva die zeker in Zuid-Amerika geen weerga kent.
Foto door het Internationaal Monetair Fonds.