Billie Holiday

Door Nick Ottens op 15 nov 2009.

billie-holiday-door-william-gottleib

Billie Holiday, geboren als Eleanora Fagan (1915-1959) te Philadelphia, wordt herinnerd als één van de grootste jazz zangeressen aller tijden. Haar carrière was kortstondig en haar leven onstuimig maar de stem waarmee zij de muziek veroverde sprak van een misère en een onrecht die niet slechts door haar zelf maar door een gehele generatie werd gevoeld.

Holiday groeide op in armoede en grotendeels zonder vader die als muzikant zijn gezin nauwelijks kon onderhouden. Op twaalfjarige leeftijd verhuisde zij met haar moeder naar New York waar zij voor het eerst in jazzclubs zong. Haar doorbraak volgde in 1933 temidden van de Depressie die destijds in de Verenigde Staten woedde. Haar stijl combineerde een scherpe en donkere kwaliteit met de anders zo opgewekte jazzmuziek: door bekende teksten langzaam en bewogen ten gehore te brengen bracht zij hierin een nieuwe dimensie aan die de aandacht trok van sterren als Duke Ellington, Benny Goodman, Teddy Wilson, Ben Webster, en van de saxofonist Lester Young met wie zij enkele van haar roemrijkste platen zou maken. Het was Young die haar de bijnaam “Lady Day” bezorgde en nummers als “This Year’s Kisses” en “Mean To Me” met haar opnam.

Holiday vond het grote publiek in 1939 met het krachtige “Strange Fruit.” “God Bless the Child” en “Gloomy Sunday” waren andere zangstukken waarin de pijn van ontberingen en de segregatie doorklonk. Vanwege de gespannen raciale verhoudingen indertijd trad Holiday nauwelijks buiten New York op. Gedurende de veertiger jaren wist zij zich op te werken tot één van de bekendste en vermogendste zangeressen van haar tijd maar veel geld en energie gingen op aan haar drugsverslaving en een turbulent privé-leven. In 1947 werd zij zelfs gearresteerd voor drugsbezit en veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf.

Voortdurende moeilijkheden met drugs, alcohol en relaties verslechterden de gezondheid van de zangeres dusdanig dat tegen de jaren vijftig de gevolgen voor haar stem onmiskenbaar waren. Desalniettemin, of wellicht juist dankzij deze schorheid die haar teksten des te heviger overbrachten, genoot zij nog altijd een aanzienlijke populariteit. Het werd haar in 1950 verboden nog langer in clubs op te treden waar alcohol geschonken werd en alhoewel Holiday platen bleef opnemen betekende dit een keerpunt in haar leven. De daaropvolgende jaren werden gekenmerkt door zwaar alcoholmisbruik en een verdere aftakeling van haar stem alhoewel zij in november van 1956 nog twee concerten gaf in het illustere Carnegie Hall: optredens die door liefhebbers en critici bejubeld werden.

Na de dood van Lester Young stierf ook Holiday in 1959, geschonden door een leven van geestdrift en buitensporigheid, op vierenveertigjarige leeftijd in New York. Zowel zijzelf als haar stem waren mettertijd breekbaarder geworden, geplaagd door de sociale onrechtvaardigheid die een zwarte vrouw in het Amerika van haar tijd moest ondergaan. Pas na haar overlijden kon de maatschappij die haar zo had geweerd inzien hoezeer de stem van deze Queen of Song die tijd had vertegenwoordigd.

Foto door William P. Gottleib, 1947.

Reageren is niet mogelijk.