Welke kant van de Muur?

Door Nick Ottens op 11 nov 2009.

checkpoint-charlie-door-maroartwork

“De Muur had twee kanten,” weet Francisco van Jole te melden op Joop. Twintig jaar nadat Oost-Berlijn werd opengebroken en het socialisme dat de D.D.R. veertig jaar lang in een ijzingwekkende greep hield begon af te brokkelen wijst Van Jole op de fascistoïde regimes die tegelijkertijd huishielden in Zuid-Amerika. “Op het continent werd een oorlog gevoerd tegen iedereen die links was.” Na Cuba vreesde Washington dat binnenkort meer Zuid-Amerikaanse staten zich aan de Sovjet-Unie zouden alliëren. Gedurende de jaren zestig en zeventig werd door een combinatie van geheime operaties en militaire interventie voorkomen dat in landen als Argentinië, Chili en Uruguay socialistische partijen aan de macht kwamen terwijl in Bolivia en Brazilië militairen voornamelijk op eigen initiatief staatsgrepen pleegden. “Alles uit angst voor het communisme,” schrijft Van Jole.

Het is gemakkelijk om vandaag de dag te vergeten hoe werkelijk de dreiging van het communisme tijdens de vroege dagen van de Koude Oorlog leek. Nadat de Sovjet-Unie het gehele Oostblok inlijfde ondersteunde het actief revolutionaire bewegingen overzees. In 1949 riep Mao de Volksrepubliek China uit; een jaar later begon de oorlog in Korea. Tegen het einde van de jaren vijftig namen de Amerikanen de oorlog in Indochina over en in 1959 voltrok zich de Cubaanse Revolutie. De Russen probeerden ondertussen in het Midden-Oosten aan terrein te winnen en Cubaanse revolutionairen als Che Guevara zetten de strijd voort in de Kongo en in Bolivia. Landen leken inderdaad als domino’s ten prooi te vallen aan het communisme wat de Verenigde Staten in toenemende mate zorgen baarden.

Waar het Westen niet ingreep in Oost-Europa, zelfs niet toen de Hongaren in opstand kwamen in 1956 of tijdens de Praagse Lente van 1968, zo liet de Sovjet-Unie de Amerikanen hun gang gaan in Latijns-Amerika zelfs wanneer dictaturen aldaar dissidenten vervolgden en hun bevolkingen onderdrukten. Wat Washington betrof wat dat nog altijd beter dan het Rode Gevaar in de achtertuin. Geen schone zaak maar de Amerikaanse betrokkenheid hierbij was geenszins vergelijkbaar met de rol die de Sovjet-Unie speelde in de communistische onderwerping van het Oostblok.

Toch is Van Jole teleurgesteld dat over deze geschiedenis op 9 november “niet wordt gepraat.” Waarom? Waarom moet op de dag dat de val de Berlijnse Muur wordt herdacht en wordt stilgestaan bij de verschrikkingen van het communisme ook gezegd worden dat Amerika enige blaam treft voor de misstanden van de Koude Oorlog? Waarom moet juist op de dag dat de gehele wereld weer eens herinnerd waartoe het socialisme kan leiden ook gezegd worden dat het vrije Amerika zich schuldig heeft gemaakt aan wandaden? Het lijkt alsof Van Jole het nog steeds niet kan verkroppen dat de socialistische heilstaten van weleer in werkelijkheid doordrenkt waren van schaarste en corruptie. Dus wordt de beschuldigende vinger in de richting van Amerika gewezen: het land dat ook “heus zo goed niet was.” De Muur had “twee kanten” aldus Van Jole maar hij vergeet dat waar aan de ene zijde wellicht ook repressie naast de vrijheid heerste aan de overzijde slechts de tirannie bestond.

Foto door maroartwork.

Reageren is niet mogelijk.