
Morgen, 9 november, is het precies twintig jaar geleden dat de Berlijnse Muur viel. De gebeurtenis luidde het einde in van meer dan veertig jaar Koude Oorlog en decennia van schaarste en onderdrukking onder het socialisme. Eén van de architecten van de daaropvolgende eenwording van Duitsland was Helmut Kohl (1930), kanselier van de Bondsrepubliek tussen 1982 en 1990 en van Duitsland als geheel tot 1998.
Kohl groeide op in het zuidwesten van Duitsland en maakte als jongeman de Tweede Wereldoorlog mee. Zijn interesse in de politiek begon op jonge leeftijd en bereikte en vroeg hoogtepunt in 1969 toen hij minister-president van de deelstaat Rijnland-Palts werd. Hij wist binnen zijn partij, de CDU, de reputatie van een capabel bestuurder te verwerven wat hem in 1973 de positie van voorzitter opleverde. Kohl verloor de verkiezingen van 1976 maar wist in 1982 een coalitie met de liberalen te smeden waarna hij als kanselier aan de macht kwam.
De situatie in het West-Duitsland van de vroege jaren tachtig was allesbehalve kalm. Massale werkeloosheid en protesten tegen de plaatsing van kernwapens op Duits grondgebied zette de politiek onder druk maar Kohl wist een gematigde koers te voeren die de verschillende partijen binnen zijn kabinet tevreden stelden. Er werd in bescheiden mate gekort op de overheidsuitgaven terwijl de Bondsrepubliek zich duidelijk profileerde als NAVO-bondgenoot. Vanwege zijn schijnbare gebrek aan vooruitstrevende initiatieven werd het beleid van Kohl echter wel eens gekscherend als “Aussitzen” bekritiseerd: de kanselier zou weinig meer doen dan zitten en afwachten tot een probleem verdween of zijn tegenstanders de strijd opgaven.
Desondanks bleven Kohl en zijn partij populair genoeg om in 1983 en in 1987 de verkiezingen te winnen. Gedurende deze periode stond hij een verzoenende koers jegens zowel het Frankrijk van François Mitterrand als het Oost-Duitsland van Erich Honecker voor. Met de eerste zette de kanselier de Europese integratie kracht bij terwijl zijn Ostpolitik de hereniging na de val van de Muur vergemakkelijkte. Die Wende kwam echter niet zonder problemen. Na veertig jaren van socialisme en dictatuur verkeerde de Oost-Duitse republiek in puin. De enorme economische, financiële en sociale divergentie tussen Oost en West kon niet door Kohl alleen ongedaan worden gemaakt maar hij wist internationaal steun te vergaren voor zijn eenwording en won in 1990 en in 1994 wederom de verkiezingen waaraan voor het eerst een gehele generatie vrij kon deelnemen.
Het herstel van Oost-Duitsland bleek een veel kostbaarder project dan gedacht en vereiste van de West-Duitsers hogere belastingen en een afgezwakte economische groei. Na zestien jaar was het volk moe van Kohl en wisten de sociaal-democraten onder leiding van Gerhard Schröder tot de regering terug te keren. Kohl geraakte verwikkeld in een schandaal dat illegale contributies aan zijn partij blootlegde en trad snel na de verkiezingsnederlaag terug uit de CDU. Zijn pupil, Angela Merkel, nam het leiderschap op zich en heroverde de Bondsdag in 2005.
De man die President George H.W. Bush eens omschreef als “de grootste Europese leider van de tweede helft van de twintigste eeuw” wordt vandaag de dag herinnerd als niet slechts een grootmoedig Duitser maar ook als een toonaangevende Europeaan die wellicht meer als enig ander het continent na de Koude Oorlog vorm gaf. Kohl bracht de twee Duitslanden tezamen en maakte de weg vrij voor een vereniging van Oost en West die de grenzen van zijn eigen land te boven ging.