Republikeinen maken zichzelf belachelijk

Door Nick Ottens op 12 okt 2009.

glenn-beck

Toen het Internationaal Olympisch Comité eerder deze week Rio de Janeiro boven Chicago verkoos als locatie voor de Olympische Spelen van 2016 was rechts Amerika niets minder dan lyrisch. Op de redactie van de Weekly Standard brak waar applaus uit. “Please, please let me break this news to you. It’s so sweet,” zei Glenn Beck op de radio. “World Rejects Obama,” kopte Drudge Report. Het blog RedState zag in de afwijzing het bewijs dat de rest van de wereld niet meer van Obama houdt dan het om Bush gaf. Rush Limbaugh sloot de rijen: “The worst day of Obama’s presidency, folks. The ego has landed. The world has rejected Obama.”

Een week later ontving de president de Nobelprijs voor de Vrede.

Al eerder schreef ik over de aftakeling van de Republikeinse Partij: door zich achter mensen als Glenn Beck, Dick Cheney, Rush Limbaugh en Sarah Palin te scharen verliezen de Republikeinen aan geloofwaardigheid en aan aanhang. We moeten ons niet blindstaren op de teruglopende populariteit van President Obama; iets dat voornamelijk te danken is aan de rechtse ophitsing over zijn zorgplannen. De electorale kaart is sinds 2008 nauwelijks veranderd. Alhoewel de Republikeinen op hun mededingers inlopen zegt nog altijd een meerderheid van de Amerikanen in 2010 op een Democraat te zullen stemmen. Dat is een weinig indrukwekkend resultaat voor de partij die de afgelopen maanden sterk heeft geageerd tegen het beleid van de Democratische overmacht in Washington. Tegelijkertijd is het weinig verbazingwekkend.

Republikeinen bedenken de wildste doemscenario’s over het Democratische voornemen om de gezondheidszorg in de Verenigde Staten te hervormen. Er wordt gewaarschuwd voor socialized medicine en de befaamde death panels die bejaarden zouden gaan euthanaseren. Tegenstanders van Obamacare negeren op die manier zowel de feiten als de intelligente argumenten die tegen de Democratische plannen zijn in te brengen terwijl zij zelf weigeren om met een alternatief te komen voor een wel degelijk prangend probleem.

De buitenlandse politiek van de president wordt al even genadeloos met de grond gelijk gemaakt. Obama wordt zwakte verweten omdat hij zich diplomatischer opstelt dan zijn voorganger en krijgt nu al voorzichtig de schuld in de schoenen geschoven van het aanhoudende geweld in het Midden-Oosten. De Republikeinen luisteren ondertussen liever naar Dick Cheney en doen alsof de man als vice-president een held was die samen met George W. Bush als enige tussen Amerika en rampspoed stond. Men zit aan de radio gekluisterd om de fantasieën van Rush Limbaugh aan te horen en lijkt te geloven dat hij en de commentatoren van Fox News beter op de hoogte zijn dan ervaren diplomaten en militairen als Hillary Clinton, Richard Holbrooke, James Jones en George Mitchell: de mensen die het buitenlandse beleid van de huidige regering vormgeven.

Deze tactiek werkt wellicht voor de sociaal-conservatieve achterban van de Republikeinse Partij en het is niet vreemd dat ervoor gekozen wordt om juist deze groep te paaien; dankzij hen wist George W. Bush immers tot tweemaal toe de presidentsverkiezingen te winnen. Maar mettertijd vervreemdt de partij zo de overige groepen die haar sterk maken: neo-conservatieven, corporate conservatives, federalisten, libertariërs en gematigde liberalen. Zolang de Republikeinen zich in de greep laten houden door religieus-rechts en populistische oproerkraaiers als Glenn Beck en Rush Limbaugh kunnen zij enige hoop op een verkiezingszege in 2010 laten varen.

Reageren is niet mogelijk.