
Nelson Aldrich Rockefeller (1908-1979) werd geboren als de kleinzoon van zowel oliemagnaat John Davison Rockefeller als de vooraanstaande Republikeinse senator Nelson Wilmarth Aldrich. Van de ene kant van de familie kwam vermogen en ondernemerschap; van de andere, plichtsbesef en een toewijding aan de publieke zaak.
Indertijd dat Rockefeller afstudeerde behoorde zijn familie tot de rijkste en machtigste van de Verenigde Staten en genoot het aanzien en invloed in New York. De jonge Nelson begon zijn loopbaan binnen het Rockefeller Center dat zijn grootvader gedurende de jaren dertig in het centrum van Manhattan had doen verrijzen. Het complex van weelderige art deco architectuur blijft tot op de dag van vandaag het grootste bouwproject ooit in private handen ondernomen. Waarschijnlijk dat Nelson reeds destijds zijn bewondering voor de kunsten ontwikkelde. Vanaf 1939 diende hij als president van het Museum of Modern Art dat zijn moeder had gesticht en als gouverneur van New York (1959-1973) liet hij tal van theaters, parken, overheidsgebouwen en snelwegen bouwen waarmee hij een ongekende stempel op de staat naliet.
Voor zijn politieke carrière daadwerkelijk tot stand kon komen was Rockefeller actief in Zuid-Amerika, met name in Brazilië, waar hij gedurende de jaren veertig en vijftig economische modernisering en liberalisering trachtte te begunstigen uit naam van de Amerikaanse regering. De latere jaren van zijn aanstelling aldaar zagen de bouw van de modernistische hoofdstad Brasília onder aanvoering van Oscar Niemeyer. Vervuld van de Internationale Stijl werkte Rockefeller eenmaal thuis samen met huisarchitect Wallace Harrison, bekend van onder meer het hoofdkwartier van de Verenigde Naties, aan de uitbreiding van het Rockefeller Center aan de overzijde van de Avenue of the Americas met vier sobere doch statige wolkenkrabbers van marmer en glas.
Rond dezelfde tijd begon Rockefeller aan zijn eerste ambtstermijn als gouverneur van New York. Vlak voor zijn verkiezingszege in 1958 kopte het weekblad Time, boven een foto van de jonge Rockefeller: “Full of a desire to do big things.” En grootste dingen zouden er komen.
Onder zijn leiding werd de staatsuniversiteit van New York omgevormd het grootste openbare leerinstituut van het land en verbeterde de bereikbaarheid van de stad aanzienlijk dankzij de aanleg van nieuwe wegen en de samenvoeging van tal van instanties met overlappende bevoegdheden tot één algemene transportautoriteit. Terwijl aan het Rockefeller Center gestaagd werd doorgebouwd ondernam de gouverneur tezamen met Harrison een des te ambitieuzer project: de grootste reconstructie van het centrum van de hoofdstad Albany. Tussen 1965 en 1978 verrezen hier vijf machtige torens omringend door brandschone colonnades en gescheiden door de weerkaatsingen van een uitgestrekte kunstmatige vijver; als een visie van Le Corbusier neergelaten te midden van vooroorlogse architectuur en onverstoorde naaldbossen. Wat formeel het Governor Nelson A. Rockefeller Empire State Plaza is komen te heten blijft een controversieel monument van het Modernisme. Subtiele ornamenten en de tal van kunstwerken die Rockefeller persoonlijke selecteerde worden tenietgedaan door de strakke lijnen en machtige façades die de toeschouwer in de eerste plaats intimideren om vervolgens plaats te maken voor afschuw dan wel waardering voor de rationele schoonheid van het geheel.
Gedurende deze jaren trachtte Rockefeller zich keer op keer genomineerd te krijgen voor het presidentschap, echter zijn naam noch fortuin mochten hierbij baten. Zowel in 1960 als in 1968 moet hij het afleggen tegen Richard Nixon en in 1964 trof Rockefeller de veel conservatievere Barry Goldwater tegen zich. Al gouverneur had Rockefeller het imago van een gematigd politicus verworven en als voorman van de liberale vleugel van zijn partij gaf hij de aanhangers van de vrije markt met oog voor natuurconservatie en de rechten van arbeiders naam: de Rockefeller Republikeinen. Zelf slaagde hij er nooit in tot het hoogste ambt gekozen te worden maar in 1974 benoemd Gerald Ford Rockefeller tot de eenenveertigste vice-president van de Verenigde Staten. Hij diende zijn termijn uit en stierf in de avond van 26 januari 1979 op zeventigjarige leeftijd aan een hartinfarct.