Het treurige lot van de Venezolaanse cacao-industrie

Door Nick Ottens op 30 jul 2009.

venezuelan-black

Venezolaanse cacao staat wereldwijd bekend als een product van de hoogste kwaliteit. Chocolademakers uit Europa beconcurreren elkaar meedogenloos om toegang te krijgen tot de Venezolaanse markt en zijn bereid aanzienlijke sommen geld neer te leggen voor dit unieke product. Desalniettemin brengt het land tegenwoordig niet veel meer cacao voort dan drie eeuwen geleden: minder dan één procent van de wereldwijde productie.

Al bijna een eeuw lang, tot op de dag van vandaag, is olie ’s lands voornaamste exportproduct. Ondanks uitgestrekte vruchtbare gronden kreeg de olie-industrie altijd voorrang van overheidswege en moest Venezuela zelfs voedsel importeren. Dictator op dictatoor wist zichzelf aan de macht te houden dankzij de enorme olieopbrengsten met als laatste incarnatie Hugo Chávez die de afgelopen jaren grootste sociale werken opzette, grotendeels gefinancierd door een almaar stijgende olieprijs.

De afgelopen maanden is de olieprijs echter sterk gekelderd, wordt Chávez in eigen land meer en meer veracht en zoekt de schreeuwdictator steun bij landen als China en Rusland die maar al te graag opstappen om hun invloed in Zuid-Amerika uit te breiden. Chávez zijn oplossing voor de noodlijdende cacao-industrie: de weinige private ondernemers overdonderen met controles, regelgeving en intimidatie.

Reeds voor de Tweede Wereldoorlog werden tal van cacaoplantages onder het bewind van Juan Vicente Gómez geconfisqueerd. Ambtenaren vergaarden vervolgens praktisch een monopolie over de sector terwijl de export van allesbehalve olie door een combinatie van regelzucht en tarieven werd tegengewerkt. De cacaoproductie daalde jaar op jaar. Onder Chávez namen de belemmering alleen maar toe. Waar, voordat Chávez aan de macht kwam, cacao-exporteurs vier formulieren moesten invullen om hun producten overzees te mogen verschepen worden zij nu geconfronteerd met maar liefst tweeënvijftig verschillende vergunningseisen.

Het mag weinig verbazingwekkend heten dat de Venezolaanse cacao-industrie nauwelijks meer produceert. Cacao wordt dikwijls niet eens meer opgesomd als exportproduct. Ondertussen werken op de coöperatieve plantages bijna drie keer zoveel werknemers als er nodig zijn tegen een loon van niet meer dan $3 per dag. Volgens Chávez is dat de schuld van de weinige buitenlandse ondernemers en investeerders die nog over zijn dus worden zij vervolgd of het land uitgedwongen. De productie daalt vervolgens natuurlijk alleen maar verder.

Cacao zou voor Venezuela kunnen zijn wat vlees voor Argentinië is of rijst voor Thailand, aldus de bestuursvoorzitter van het Venezolaanse El Rey Chocolates. “Wij zouden een marktleider in cacao kunnen zijn.” In plaats daarvan is de sector het treurige slachtoffer van decennia van overheidsinmenging. Het belang van de arbeider werd zogenaamd vooropgesteld, echter na jaren van collectief beleid is er nauwelijks productie, immers de vermeende uitbuiters, de producenten en de investeerders, zijn het land al lang ontvlucht terwijl de gemiddelde cacaokweker van een hongerloon moet zien te overleven. Hugo Chávez blijft onverstoord doorregeren.

Dit artikel verscheen op 30 juli op Sargasso. Foto door Shane Gavin.

Reageren is niet mogelijk.