
President Da Silva van Brazilië neemt niet alleen wat betreft zijn economische beleid een gezonde dosis pragmatisme in acht: ook wanneeer het op buitenlandse politiek aankomt laat “Lula” zich niet verblinden door ideologische scheidslijnen.
Zo zorgde Da Silva niet alleen voor een goede verstandhouding met Washington maar zocht hij ook toenadering met het Venezuela van Hugo Chávez. Verder ging Brazilië onder zijn bewind deel uitmaken van een informele club samen met Rusland, India en China, ook wel de “BRIC” genoemd. Deze vier opkomende mogendheden willen onder meer ’s werelds financiële markt herstructureren, de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties uitbreiden en de dollar dumpen als internationale reservemunt. Van de vier is Brazilië echter de kleinere partner. China en India kennen een economische groei die tweemaal zo groot is terwijl zelfs Rusland nog sneller groeit. Ook zijn de anderen veel minder enthousiast over vrijhandel dan Brazilië terwijl zowel China als Rusland in het Westen op wat minder sympathie kunnen rekenen. Tenslotte zijn de andere drie landen allen kernmogendheden en daarmee reeds wereldspelers. Brazilië is dat nog niet.
Voorspelt wordt dat de BRIC over twintig jaren meer geld verdient dan de huidige G7 landen tezamen. Het is onvermijdelijk dat de vier deze sterk toegenomen economische macht dan in politieke invloed zullen willen omzetten. Brazilië treedt al op als bemiddelaar tussen de Verenigde Staten en de rest van Zuid-Amerika echter de pogingen van Da Silva om voor zijn land een permanente zetel in de V.N. Veiligheidsraad te bemachtigen hebben tot nog toe maar weinig uitgehaald. Over enkele decennia zal het land waarschijnlijk niet meer zo makkelijk genegeerd kunnen worden. Dan ziet de nalatenschap van Da Silva er wellicht alleen maar zonniger uit.