Niet ieder mens is religieus

Door Nick Ottens op 26 jun 2009.

Dat lijkt vanzelfsprekend maar niets is minder waar aldus Tije Pietersma op het “Open Podium” van De Dagelijkse Standaard. Zijn redenatie: de mens is emotioneel en moet bepaalde gevoelens aan iets goddelijke toekennen; hij “kiest bewust voor religie als compensator voor niet verkegen beloningen,” en; “religie verbroedert en verbindt mensen tot het nastreven van een gemeenschappelijk doel.” Pietersma bagataliseert vervolgens desalniettemin wellicht de meest relevante boodschap van elke religie, namelijk respect voor Uw medemens. Dat iedereen religieus is, betekent niet dat elke “religieus gevoel” als hij het noemt, gewaardeerd hoeft te worden. Dat ben ik met hem eens, maar of ieder mens religieus is of niet maakt daarvoor toch niets uit?

Terugkomend op zijn “bewijs” zou ik graag op de drie punten reageren. Pietersma beweert dat ieder mens worstelt met ongetemde emoties die hem (vermoedelijk) lastigvallen met vraagstukken over het goddelijke en het hiernamaals. Hij schrijft deze emoties toe aan “ons dierlijke verleden.” Het verstand is volgens Pietersma te onderontwikkeld om de wereld om ons heen volledig te begrijpen, vandaar een “dierlijke” informatie teruggaaf. Hij werkt deze stelling niet verder uit dus zijn we gedwongen aan te nemen dat hij probeert te zeggen dat de mens een godheid moet uitvinden om het onverklaarbare te verklaren. Wetenschap wordt eenmaal genoemd, later in het betoog, als de “grens van het verstandelijke” (wat hiermee ook bedoelt moge worden) maar waarom niet als het begin ervan? De mens heeft al lang geen god meer nodig om de wereld te verklaren. Toch blijven er “moeilijk te duiden gevoelens” over, waar “erkenning” aan moet worden gegeven, “om verder te kunnen met je leven.” Maar Pietersma draagt geen enkele reden aan waarom deze “gevoelens” aan geloof moeten worden toegekend. In feite beschrijft hij niet eens wat voor “gevoelens” dat dan wel mogen zijn.

Ten tweede beweert Pietersma dat ieder mens bij verstand kiest voor religie, als “compensator voor niet verkegen beloningen.”

Iedereen kent het gezegde geld maakt niet gelukkig. Uiteindelijk verwacht je naast materiele tegoeddoening ook ander vormen van beloning voor je menselijk gedrag.

Ik zou hem simpelweg antwoorden dat er geen moreel “menselijk gedrag” bestaat waar geen materiële beloning of voldoening tegenover staat. Geen nood dus voor een religie die een nirwana belooft voor vroom gedrag en hen die “materiële tegoeddoening” op aarde najagen hel en verdoemenis in het vooruitzicht stelt. (Ik zal maar niet verder ingaan op de prachtige tegenstrijdigheid die hierin besloten ligt.)

Ten slotte: “religie verbroedert en verbindt mensen,” volgens Pietersma. “Het houdt de maatschappij bij elkaar.” Zo lang die gehele maatschappij één en dezelfde religie aanhangt wellicht, echter zelfs Pietersma moet toegeven dat in een multi-religieuze samenleving dit argument niet minder dan lachwekkend is.

Reageren is niet mogelijk.