
Dat het tussen China en de Verenigde Staten niet noodzakelijk even goed botert waarschuwde Michail Gorbatsjov al die de vorming van een “G-2” tussen beide landen als onrealistisch bestempelde. Een aanvaring op zee deze maand bewijst zijn gelijk.
Het begon allemaal toen het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken China eraan herinnerde dat het wat mensenrechten betreft zichzelf niet bepaald op de borst mag kloppen. Chinese autoriteiten maakten zich in 2008 wederom schuldig aan “onwettige moorden en marteling, [het onttrekken van] gedwongen bekentenissen van gevangen en dwangarbeid.” Niets nieuws onder de zon, echter Hillary Clinton was de week daarvoor nog in Peking en bepleitte in tegenstelling tot haar eigen departement juist een gematigdere opstelling jegens China. Ruzies over mensenrechten moesten volgens haar samenwerking niet in de weg staan.
China was desondanks enigszins geagiteerd door de Amerikaanse kritiek. ’s Lands grootste nieuwsbrenger betichtte de Amerikanen ervan de “inspanningen en historische prestaties” welke China ten aanzien van mensenrechten zou hebben geboekt, te negeren. Inspanningen en prestaties die ook nog eens door de “internationale gemeenschap” zouden zijn erkend!
Frustratie alom dus en deze kwam zondag 8 maart tot uiting in de wateren ten zuidoosten van China toen het Amerikaanse onderzoeksschip de Impeccable door Chinese schepen werd belaagd. Dergelijke “agressieve manoeuvres” zijn niet geheel ongewoon, zeker niet wanneer het een Amerikaans marineschip betreft slechts 120 kilometer verwijderd van de Chinese kust; niettemin heeft het Amerikaanse ministerie van defensie zich officieel bij haar communistische collega’s beklaagd. De spanningen liepen namelijk al enkele dagen hoog op: ook voorgaande donderdag en zaterdag was Impeccable slachtoffer van Chinese pesterijen. Het “onprofessionele gemanoeuvreer” van de Chinezen schond volgens het Pentagon de “vereisten onder internationaal recht om met gepaste overweging van de rechten en veiligheid van andere rechtmatige gebruikers van de oceaan te opereren.” Maar China beschuldigt nu juist de V.S. ervan het zeerecht te hebben geschonden.
Het Chinese ministerie van buitenlandse zaken weerlegde dinsdag de Amerikaanse aantijgingen. Volgens Peking bevond de Impeccable zich binnen de “exclusieve economische zone” van de Chinese wateren welke 200 zeemijlen, oftewel 370 kilometer, uit de kust reikt. “Het Amerikaanse marineschip Impeccable schond internationaal recht en Chinese wetten en regels,” aldus een woordvoerder. Nu zijn de precieze grenzen in de Zuid-Chinese Zee wat onduidelijk omdat meerdere landen aanspraak kunnen maken, en dat ook doen, op gedeelten van de wateren. Belangrijker is dat de regels omtrent de exclusieve economische zone andere landen geen recht van overgang ontzeggen. Buitenlandse schepen mogen hier dus rustig varen.
Dat deert de Chinezen natuurlijk weinig. Zij zien de Zuid-Chinese Zee graag als hun eigen vijver en trekken zich wel vaker niets aan van de rechten van anderen aldaar. Andere betrokken partijen reageren wel, maar voorzichtig. China lijkt koste wat het kost niet voor het hoofd te mogen worden gestoten.
De situatie doet denken aan een soortgelijke aanvaring die plaatsvond gedurende de beginperiode van George W. Bush zijn presidentschap. Toen, op 1 april 2001, werd een Amerikaans verkenningsvliegtuig op meer dan 100 kilometer van de kust van Hainan door twee Chinese jets onderschept wat leidde tot een botsing in de lucht. Het Amerikaanse toestel was gedwongen een noodlanding te maken op Chinees grondgebied waar China had drie maanden lang gegijzeld hield.
China testte destijds de bereidheid van de regering Bush om in Zuidoost-Azië in te grijpen en deed dat afgelopen week wederom om te betrokkenheid van President Obama met de regio te peilen. Het Amerikaanse antwoord leek even bij boze woorden te blijven, maar nu zijn ook enkele oorlogsschepen gestuurd om duidelijk te maken dat de Verenigde Staten niet van plan is het hierbij te laten zitten. China reageerde uiteraard waardoor het steeds drukker wordt in de Zuid-Chinese Zee en, alle oproepen tot diplomatie ten spijt, de mogelijkheid tot conflict verder toeneemt.
Artikelen van mij over hetzelfde onderwerp verschenen in de week van 18 maart op De Dagelijkse Standaard en op 30 maart op VersPers.