
Lang werd over Brazilië gesproken als “dat land dat altijd groots potentieel zal hebben” en zette de enorme groei van China en India de Zuid-Amerikaanse kolos in de schaduw. Echter de afgelopen jaren is het land sterk opgekomen en het lijkt de huidige crisis goed te doorstaan.
Volgens de Wall Street Journal zijn tussen 2005 en begin 2008 meer dan twintig miljoen Brazilianen tot de middenklasse toegetreden waarmee nu de helft van de bevolking op een maandinkomen van 635 dollar of meer leeft—en dat heet een goed inkomen in Brazilië. “De nieuwe middenklasse heeft een verdubbeling van de binnenlandse markt voor cosmetica, thuiselektronica en computers aangedreven sinds 2002,” schrijft de krant. Wellicht nog belangrijker is dat het land rijk is aan grondstoffen en geprofiteerd heeft van de toenemende vraag naar sojabonen, ijzererts, hout en koper.
Deze vraag komt vooral uit China, aldus Jaap van Duijn in De Telegraaf van zaterdag 14 maart 2009. “Dit land is bezig zijn grondstoffenvoorraden weer aan te vullen. Dat is de reden waarom de beurs van Brazilië, waarop veel grondstoffenproducten genoteerd staan, sinds eind oktober tot de best presterende aandelenmarkten behoort. Brazilië doet het goed,” volgens Van Duijn, “en hetzelfde geldt voor koperproducent Chili. De prijs van koper, een van de beste conjunctuurindicatoren, is vanaf het laagtepunt in december met 30% gestegen.”
Geen wonder dus dat President Da Silva van Brazilië pleit voor vrijhandel. Nog niet zo lang geleden wikkelde het land zich vrolijk in protectionisme in de vorm van hoge importtarieven maar de bescheiden economische groei van 1,3% gedurende het laatste kwartaal van 2008 doet ook Da Silva inzien dat Brazilië het zich niet kan veroorloven zich van de rest van de wereld af te keren. Washington ziet ook het nut van nauwere banden met Brazilië in nu het land aanzienlijke olievoorraden blijkt te bezitten wat het een aantrekkelijk alternatief maakt voor bijvoorbeeld Venezuela.
Dat betekent echter niet dat Brazilië zich geheel overgeeft aan de vrije markt. In tegendeel, wat Brazilië volgens TIME interessant maakt is wat haar president “de financiële strategie van de toekomst” noemt; wij zouden hier wellicht “kapitalisme met een menselijk gezicht” tegen zeggen: hoge exporten en de import van multinationals enerzijds en strikte financiële regulering en inkomensverdeling anderzijds. “Dat heet de dingen juist doen,” zegt Da Silva. “De rijken toestaan geld te verdienen met hun investeringen en de armen toestaan in economische groei deel te nemen.”